To put into a kennel.
Infinitiveenkennel
Past simpleenkennelled / enkenneled
Past participleenkennelled / enkenneled
-ing formenkennelling / enkenneling
Full conjugation of the English verb to enkennel (past simple enkennelled / enkenneled,
past participle enkennelled / enkenneled):
present simple and continuous, past simple and continuous, present perfect, past perfect,
future, conditional, subjunctive and imperative, with all persons.
Indicative
Present simple
I
enkennel
you
enkennel
he/she/it
enkennels
we
enkennel
you
enkennel
they
enkennel
Present continuous
I
am enkennelling / enkenneling
you
are enkennelling / enkenneling
he/she/it
is enkennelling / enkenneling
we
are enkennelling / enkenneling
you
are enkennelling / enkenneling
they
are enkennelling / enkenneling
Present perfect
I
have enkennelled / enkenneled
you
have enkennelled / enkenneled
he/she/it
has enkennelled / enkenneled
we
have enkennelled / enkenneled
you
have enkennelled / enkenneled
they
have enkennelled / enkenneled
Present perfect continuous
I
have been enkennelling / enkenneling
you
have been enkennelling / enkenneling
he/she/it
has been enkennelling / enkenneling
we
have been enkennelling / enkenneling
you
have been enkennelling / enkenneling
they
have been enkennelling / enkenneling
Past simple
I
enkennelled / enkenneled
you
enkennelled / enkenneled
he/she/it
enkennelled / enkenneled
we
enkennelled / enkenneled
you
enkennelled / enkenneled
they
enkennelled / enkenneled
Past continuous
I
was enkennelling / enkenneling
you
were enkennelling / enkenneling
he/she/it
was enkennelling / enkenneling
we
were enkennelling / enkenneling
you
were enkennelling / enkenneling
they
were enkennelling / enkenneling
Past perfect
I
had enkennelled / enkenneled
you
had enkennelled / enkenneled
he/she/it
had enkennelled / enkenneled
we
had enkennelled / enkenneled
you
had enkennelled / enkenneled
they
had enkennelled / enkenneled
Past perfect continuous
I
had been enkennelling / enkenneling
you
had been enkennelling / enkenneling
he/she/it
had been enkennelling / enkenneling
we
had been enkennelling / enkenneling
you
had been enkennelling / enkenneling
they
had been enkennelling / enkenneling
Future simple
I
will enkennel
you
will enkennel
he/she/it
will enkennel
we
will enkennel
you
will enkennel
they
will enkennel
Future continuous
I
will be enkennelling / enkenneling
you
will be enkennelling / enkenneling
he/she/it
will be enkennelling / enkenneling
we
will be enkennelling / enkenneling
you
will be enkennelling / enkenneling
they
will be enkennelling / enkenneling
Future perfect
I
will have enkennelled / enkenneled
you
will have enkennelled / enkenneled
he/she/it
will have enkennelled / enkenneled
we
will have enkennelled / enkenneled
you
will have enkennelled / enkenneled
they
will have enkennelled / enkenneled
Future perfect continuous
I
will have been enkennelling / enkenneling
you
will have been enkennelling / enkenneling
he/she/it
will have been enkennelling / enkenneling
we
will have been enkennelling / enkenneling
you
will have been enkennelling / enkenneling
they
will have been enkennelling / enkenneling
Conditional
Present
I
would enkennel
you
would enkennel
he/she/it
would enkennel
we
would enkennel
you
would enkennel
they
would enkennel
Present continuous
I
would be enkennelling / enkenneling
you
would be enkennelling / enkenneling
he/she/it
would be enkennelling / enkenneling
we
would be enkennelling / enkenneling
you
would be enkennelling / enkenneling
they
would be enkennelling / enkenneling
Perfect
I
would have enkennelled / enkenneled
you
would have enkennelled / enkenneled
he/she/it
would have enkennelled / enkenneled
we
would have enkennelled / enkenneled
you
would have enkennelled / enkenneled
they
would have enkennelled / enkenneled
Perfect continuous
I
would have been enkennelling / enkenneling
you
would have been enkennelling / enkenneling
he/she/it
would have been enkennelling / enkenneling
we
would have been enkennelling / enkenneling
you
would have been enkennelling / enkenneling
they
would have been enkennelling / enkenneling
Subjunctive
Present
that I
enkennel
that you
enkennel
that he/she/it
enkennel
that we
enkennel
that you
enkennel
that they
enkennel
Past
if I
enkennelled / enkenneled
if you
enkennelled / enkenneled
if he/she/it
enkennelled / enkenneled
if we
enkennelled / enkenneled
if you
enkennelled / enkenneled
if they
enkennelled / enkenneled
Imperative
Affirmative
you
enkennel
we
let's enkennel
Negative
you
don't enkennel
we
let's not enkennel
Non-finite forms
Infinitive
to enkennel
Perfect infinitive
to have enkennelled / enkenneled
Present participle / gerund
enkennelling / enkenneling
Past participle
enkennelled / enkenneled
Conjugations: Wiktionary (via kaikki.org), adapted, licensed under CC BY-SA 4.0.